Odysseus is een van de bekendste helden uit de Griekse mythologie en de hoofdpersoon van Homeros’ Odyssee, waarin zijn tien jaar durende zwerftocht naar huis wordt verteld. Hij was koning van het kleine eiland Ithaka, gelegen voor de westkust van Griekenland. Naast de Odyssee speelde hij een van de belangrijkste bijrollen in de Ilias, het epos over de Trojaanse oorlog. Waar andere Griekse helden zich vooral onderscheiden door spierkracht, blinkt Odysseus uit door zijn sluwheid: hij wordt in de bronnen stelselmatig omschreven als polytropos, “de veelzijdige” of “de man van vele wegen”, en als iemand met een sluw, praktisch verstand.
Hij was de zoon van Laërtes en Antikleia, trouwde met Penelope en kreeg met haar een zoon, Telemachos. Zijn vaste attributen zijn de boog waarmee alleen hijzelf overweg kon en, symbolisch, het houten paard van Troje, de list waarmee hij de langslepende oorlog uiteindelijk besliste. Bij de Romeinen stond hij bekend als Ulixes of Ulysses, al kreeg hij daar een veel negatiever imago dan in Griekenland: waar de Grieken zijn sluwheid bewonderden, zagen de Romeinen, die zichzelf als afstammelingen van de Trojanen beschouwden, in hem vooral een gluiperige bedrieger.

Biografie
Geboorte
Al bij zijn geboorte kreeg Odysseus een naam die zijn latere leven leek te voorspellen. In het negentiende boek van de Odyssee vertelt Homerus hoe zijn grootvader van moederskant, Autolykos, naar Ithaka kwam om het pasgeboren kind een naam te geven. Autolykos was een dief en een zoon van Hermes, god van de dieven, en stond bekend om zijn listigheid. Omdat hij zelf in zijn leven veel mensen boos had gemaakt of door veel mensen gehaat werd, odyssamenos in het Grieks, zou hij hem Odysseus noemen: “hij die haat wekt”. Een naam die weinig belooft, en toch precies past bij een man wiens sluwheid hem evenveel vijanden als bewonderaars zou opleveren.
Officieel was Odysseus de zoon van Laërtes, koning van Ithaka, en Antikleia. Een oudere, niet-Homerische traditie, die onder meer terug te vinden is in het verloren gegane epos Cypria, vertelt echter een pikanter verhaal: Antikleia zou voor haar huwelijk zijn verleid door Sisyphus, de listige koning van Korinthe die in de onderwereld voor eeuwig een rotsblok een berg op moest duwen omdat hij de dood meerdere malen had weten te bedriegen. Volgens dit verhaal gaf Sisyphus de zwangere Antikleia mee aan Laërtes als bruid, zodat Odysseus eigenlijk een zoon van de grootste bedrieger uit de hele Griekse mythologie zou zijn. Homerus zelf laat deze kwestie onbesproken en noemt Laërtes zonder voorbehoud als vader, maar latere auteurs grepen de mogelijke Sisyphus-connectie gretig aan om Odysseus’ sluwheid te verklaren: die zat blijkbaar al in de familie.
Ook van moederszijde stroomde er weinig eerlijk bloed door zijn aderen. Antikleia’s vader Autolykos had van zijn vader de gave gekregen om ongestraft te stelen en te liegen. Odysseus’ listigheid was dus, in de logica van de mythe, letterlijk een erfenis: langs vaderskant van een sterveling die de dood te slim af had willen zijn, langs moederskant was hij een kleinzoon van de god van de list zelf.
Jeugd
Over Odysseus’ kinderjaren is opvallend weinig overgeleverd, vooral in vergelijking met de uitgebreide jeugdverhalen van helden als Herakles of Theseus. Een episode wordt door Homerus wel uitvoerig verteld, zij het als terugblik: op jonge leeftijd reisde Odysseus naar zijn grootvader Autolykos op de berg Parnassos, waar hij samen met zijn zonen op jacht ging. Tijdens deze jacht doorboorde een wild zwijn zijn dijbeen met zijn slagtand, voordat Odysseus het dier zelf kon doden. Het litteken dat deze verwonding achterliet, bleef hem zijn hele leven bij, en komt in de Odyssee terug: wanneer de inmiddels grijze koning na twintig jaar vermomd als bedelaar naar Ithaka terugkeert, is het juist dit oude litteken op zijn been waaraan zijn oude verzorgster Eurykleia hem herkent. Terwijl ze zijn voeten wast, ruim voordat iemand anders in het paleis doorheeft wie de vreemdeling werkelijk is.

Belangrijkste mythen voor de Trojaanse oorlog
Het huwelijk met Penelope en de eed van Tyndareos
Als jongeman reisde Odysseus naar Sparta, waar hij zich, net als vrijwel elke andere aanzienlijke jongeman uit Griekenland, aandiende als een van de talloze vrijers van Helena. Zij was de beeldschone dochter van koning Tyndareos. Odysseus zelf leek weinig kans te maken tussen al die rijke en machtige concurrenten. Zijn oog viel intussen op een andere jonge vrouw aan het hof, Penelope, dochter van Tyndareos’ broer Ikarios, en dus een nicht van Helena zelf.
Tyndareos zat intussen met een lastig probleem: met zoveel machtige vrijers om Helena’s hand, zou de uiteindelijke keuze voor een van hen onvermijdelijk de woede van alle anderen opwekken, met het risico op oorlog tussen de belangrijkste vorstenhuizen van Griekenland. Odysseus bood zijn hulp aan: als Tyndareos hem zou steunen bij het verkrijgen van Penelope’s hand, zou hij een oplossing bedenken die iedereen tevreden zou stellen. Tyndareos ging akkoord, en Odysseus stelde voor om alle vrijers, voordat Helena haar keuze bekend zou maken, een plechtige eed te laten zweren: welke man Helena ook zou kiezen, alle andere vrijers zouden zich daarbij neerleggen en, mocht het huwelijk ooit in gevaar komen, de gekozen echtgenoot met man en macht te hulp schieten. De list werkte. Helena koos voor Menelaos, de andere vrijers legden zich er bij neer, en Tyndareos hield zijn belofte: Penelope werd aan Odysseus gegeven. Een andere overlevering, genoemd door Pausanias, vertelt in plaats daarvan dat Ikarios de hand van zijn dochter liet afhangen van een hardloopwedstrijd, die Odysseus dan zou hebben gewonnen

Deze zogeheten eed van Tyndareos zou jaren later allerminst een formaliteit blijken. Toen de Trojaanse prins Paris Helena, inmiddels getrouwd met Menelaos, meenam naar Troje, riep Menelaos zijn zwager Agamemnon en alle gewezen vrijers op om hun eed gestand te doen. Odysseus had zichzelf, zonder het te beseffen, mede-architect gemaakt van zijn eigen verplichting om tien jaar lang in de Trojaanse oorlog te vechten.
Geveinsde waanzin: de list die niet werkte
Toen het gezantschap van Agamemnon en Menelaos, met daarbij de scherpzinnige Palamedes, op Ithaka arriveerde om Odysseus tot zijn eed te manen, was deze niet bepaald happig om mee te gaan. Volgens Hyginus had hij een orakel gekregen dat hem waarschuwde dat hij, als hij naar Troje voer, pas na twintig jaar zou terugkeren, alleen, zonder metgezellen en berooid. Bovendien was zijn zoon Telemachos nog maar net geboren. Odysseus bedacht een list: hij deed zich voor als krankzinnig geworden, zette een vreemde puntmuts op, spande een os en een ezel samen voor een ploeg en begon vervolgens het veld om te ploegen en zout in plaats van zaden.
Palamedes trapte er niet in. Om de list te ontmaskeren nam hij, in de versie van Hyginus, de kleine Telemachos uit zijn wieg en legde het kind voor de ploeg neer. Pseudo-Apollodorus vertelt een dramatischer variant waarin Palamedes het kind van Penelope’s arm rukt en dreigt het met zijn zwaard te doden. Hoe dan ook: Odysseus stuurde zijn ploeg onmiddellijk om zijn zoon heen, en verraadde daarmee dat zijn waanzin gespeeld was. Met tegenzin gaf hij zijn list op en sloot zich aan bij de Griekse expeditie. Wat hij niet vergat, was wie hem had ontmaskerd: Odysseus zon tijdens de oorlog jarenlang op wraak. Via een vervalste brief en verstopt goud in zijn tent slaagde hij erin Palamedes vals te beschuldigen van omkoping door de Trojanen. Palamedes werd, onschuldig, gestenigd. Latere schrijvers als Sophocles en Euripides gebruikten dit verhaal juist om een veel minder vleiend beeld van Odysseus te schetsen dan Homerus deed: niet de sympathieke held van de Odyssee, maar een berekenende man die zijn eigen straatje schoonveegt, ongeacht de prijs.

Rol tijdens de Trojaanse oorlog
De werving van Achilles op Skyros
Voordat de Griekse vloot goed en wel naar Troje kon uitvaren, ontbrak er nog een cruciaal onderdeel: volgens een orakel kon Troje niet veroverd worden zonder de hulp van Achilles. Diens moeder, de zeenimf Thetis, wist echter dat haar zoon zou sneuvelen als hij meevocht, en had hem daarom, vermomd als meisje, ondergebracht tussen de dochters van koning Lycomedes op het eiland Skyros. Odysseus kreeg samen met Diomedes de taak om de jongeman op te sporen. Odysseus bedacht een list om Achilles zijn identiteit te achterhalen: hij verscheen aan het hof verkleed als koopman en bracht sierlijke geschenken mee voor de dames aan het hof. Juwelen, kleding en wapens. Vervolgens liet hij zijn metgezellen net doen alsof er een aanval op het hof plaatsvond. Terwijl alle hofdames bang wegtrokken, greep Achilles instinctief naar een van de giften, een zwaard. Zo werd Achilles ontmaskerd, en sloot hij zich bij de Griekse expeditie aan.

Raadsman en krijger voor Troje
In de Ilias is Odysseus allesbehalve een bijfiguur. Hij geldt als de meest welbespraakte en meest wijze Griekse aanvoerder, iemand naar wie zelfs de opvliegende Achilles luistert. Toen deze laatste zich, beledigd door Agamemnon, terugtrok uit de strijd, was het Odysseus die naar Achilles’ tent werd gestuurd om hem weer mee te laten doen aan de oorlog. Aanvankelijk zonder succes.
In boek tien van de Ilias onderneemt Odysseus samen met Diomedes een gevaarlijke nachtelijke verkenningstocht in het Trojaanse kamp. De twee onderscheppen de Trojaanse spion Dolon. Na hem te hebben ondervraagd over de Trojaanse posities doden ze hem. Met de informatie van Dolon trekken ze verder en weten ze de pas gearriveerde Thracische koning Rhesus te doden en witte paarden van de koning buit te maken. Volgens een oude voorspelling zouden deze paarden Troje onoverwinnelijk maken als ze ooit van het gras rond de stad zouden eten, iets wat door deze aanval nooit zou gebeuren. De twee keren daarna veilig terug naar het Griekse kamp.
Odysseus laat ook zien dat hij zelf daadwerkelijk meevecht als krijger in de oorlog. In boek elf van de Ilias raakt hij zwaargewond wanneer hij, alleen achtergebleven te midden van de vijand, standhoudt tot Ajax hem te hulp snelt. Samen met Diomedes drong hij Troje binnen om het Palladion te stelen, een heilig beeld van Athena waarvan een orakel had voorspeld dat de stad niet zou vallen zolang het binnen de muren bleef. Hij was het ook die, na de gevangenneming van de Trojaanse ziener Helenos, te horen kreeg dat ze de boog van Herakles nodig hadden. Een wapen dat destijds in bezit was van Philoctetes, die jaren eerder door de Grieken zelf op het eiland Lemnos was achtergelaten nadat een addergif hem een onverdraaglijk stinkende wond had bezorgd. Odysseus haalde hem terug naar het front.

Na de dood van Achilles ontstond er een nieuw geschil, ditmaal tussen Griekse bondgenoten onderling: wie zou de goddelijke wapenrusting van de gevallen held erven? Odysseus en de reusachtige Ajax meldden zich allebei. Volgens Ovidius, die deze episode uitgebreid naspeelt in het dertiende boek van zijn Metamorfosen, wonnen Odysseus’ welsprekendheid en zijn indrukwekkende krijgsdaden het pleit bij de Griekse leiders. Ajax, vernederd, werd krankzinnig van woede en schaamte en stortte zich uiteindelijk in zijn eigen zwaard, een tragedie die Sophocles later tot onderwerp van een eigen toneelstuk maakte.
Het paard van Troje
Het bekendste wapenfeit van Odysseus blijft echter de list van het houten paard, waarmee de Grieken na tien vruchteloze jaren belegering eindelijk een einde aan de oorlog konden maken. In de Odyssee zelf wordt Odysseus uitdrukkelijk als bedenker van deze list genoemd. Op zijn aanwijzing bouwde de vakman Epeios een enorm houten paard, hol vanbinnen, waarin een select gezelschap Griekse krijgers, onder wie Odysseus zelf, zich verborg. De rest van het Griekse leger deed alsof het de belegering opgaf en voer met de vloot weg, om zich in werkelijkheid schuil te houden achter het nabijgelegen eiland Tenedos. De achterdochtige Trojanen discussieerden of ze het paard moesten vernietigen of als geschenk aan Athena de stad binnenhalen; uiteindelijk won de tweede optie, mede dankzij de misleidende woorden van de achtergebleven Griek Sinon.
Homerus voegt in de Odyssee nog een detail toe: terwijl het paard al binnen de muren stond, liep Helena er de hele nacht omheen en riep, de stemmen van de afzonderlijke echtgenotes van de verborgen Grieken nabootsend, hun namen. Slechts Odysseus’ vastberadenheid, die zijn metgezel Antiklos met kracht de mond snoerde, voorkwam dat de Grieken uit het paard tevoorschijn kwamen en de list op het laatste moment alsnog werd ontdekt. Diezelfde nacht klommen de verborgen krijgers uit het paard, openden de stadspoorten voor het intussen teruggekeerde Griekse leger, en Troje viel na tien jaar belegering binnen enkele uren. Bij de plundering van de stad zou Odysseus ook een aandeel hebben gehad in enkele van de wreedste momenten van de val, waaronder de dood van Hektor’ kleine zoon Astyanax en het besluit om de Trojaanse prinses Polyxena te offeren op het graf van Achilles.

De terugreis: de Odyssee
Met de val van Troje was Odysseus’ beproeving allerminst voorbij. Wat voor de meeste andere Griekse aanvoerders een reis van enkele weken naar huis had moeten zijn, werd voor Odysseus een tocht van tien volle jaren langs monsters, tovenaressen en goden, verteld in de vierentwintig boeken van Homerus zijn Odyssee.
De Kikonen en de lotuseters
Zijn eerste tegenslag trof Odysseus vrijwel direct na vertrek uit Troje. Bij de kust van Thracië plunderde hij de stad van de Kikonen, bondgenoten van Troje. Hier namen ze 12 kruiken wijn mee. Zijn mannen bleven te lang op het eiland hangen, genietend van de buit. Enkele gevluchte Kikonen hadden hulp gezocht en de hulp mee teruggebracht. De mannen van Odysseus werden verrast door een tegenaanval, waarbij verscheidene metgezellen sneuvelden. Ze vluchtte halsoverkop.
Een storm dreef de vloot vervolgens naar het land van de Lotofagen, de “lotuseters”. Wie van de honingzoete lotusvrucht at, verloor alle verlangen om ooit nog naar huis terug te keren. Odysseus had drie van zijn bemanningsleden op verkenning gestuurd toen hij aankwam en deze hadden alle drie van de lotusvrucht gegeten. Odysseus moest zijn eigen bemanningsleden met geweld meenemen naar de schepen om te voorkomen dat de hele expeditie hier voorgoed zou stranden.

De Cycloop Polyphemos en de vloek van Poseidon
Het beroemdste deel van de terugreis speelde zich af op het eiland van de Cyclopen. Odysseus en een deel van zijn bemanning worden gevangengenomen in de grot van de cycloop Polyphemos, een eenogige reus en zoon van de zeegod Poseidon. De cycloop had een grote steen voor de ingang van de grot gelegd, die onmogelijk door een mens verplaatst kon worden, waardoor ze opgesloten zaten. Polyphemus verslond enkele zijn bemanningsleden en was van plan de rest ook op te eten.
Met een list wist Odysseus de reus dronken te voeren met de wijn die hij van de Kikonen had buitgemaakt. Hij vertelde hem, gevraagd naar zijn naam, dat hij “Niemand” heette. Toen Polyphemus in slaap viel, verblindde Odysseus hem met een aangepunte stok. De pijn van de wond deed de reus om hulp roepen aan de andere cyclopen op het eiland, maar toen die vroegen wie hem kwaad deed, kon hij alleen maar antwoorden dat “Niemand” hem aanviel. Denkend dat Polyphemos hen in de maling nam vertrokken de andere Cyclopen weer.

Hiermee waren ze de grot echter nog niet uit. De steen lag nog altijd voor de ingang. Ondanks dat Polyphemos niks meer zag, liet hij niemand naar buiten, behalve zijn schapen die hij s’ochtends altijd buiten liet grazen. Odysseus bedacht weer een list: hij en zijn overgebleven mannen bonden zich vast onder de buik van Polyphemos zijn schapen. De blinde cycloop controleerde met zijn handen alleen de ruggen van de schapen voordat hij ze naar buiten liet, waardoor ze wisten te ontsnappen.
Odysseus kon het echter niet laten om, eenmaal veilig aan boord van zijn schip, zijn ware naam naar de kust te schreeuwen, uit pure triomf. Deze onvoorzichtige zelfingenomenheid zou hem duur komen te staan. Polyphemos bad tot zijn vader Poseidon om wraak: als Odysseus ooit thuis zou komen, dan slechts laat, alleen, op een vreemd schip, met al zijn mannen verloren en zijn huis in wanorde. Vanaf dat moment achtervolgde Poseidons woede Odysseus over de hele verdere reis, een goddelijke wrok die grotendeels verklaart waarom zijn tocht naar huis zo eindeloos werd gerekt.
Aeolus en de Laistrygonen
Op het drijvende eiland van windgod Aiolos kreeg Odysseus een lederen zak waarin alle ongunstige winden waren opgesloten, zodat alleen een gunstige westenwind zijn schepen naar huis kon blazen. Toen Ithaka in zicht kwam, openden zijn nieuwsgierige mannen de buidel, in de veronderstelling dat de zak goud bevatte, terwijl Odysseus sliep. De losgelaten stormwinden bliezen de vloot regelrecht terug naar Aiolos’ eiland, die ditmaal weigerde nog verdere hulp te bieden: kennelijk stond de vloot onder een vervloeking die de god niet wilde tarten.
Met een flinke storm en slechte wind voerde ze door naar het volgende eiland. Daar verloor Odysseus het grootste deel van zijn resterende schepen aan de Laistrygonen, een volk van kannibalistische reuzen die de meeste van zijn vaartuigen met rotsblokken verpletterden. Alleen het schip van Odysseus zelf wist te ontsnappen doordat deze nog niet was aangemeerd.
De tovenares Circe
Met nog maar een schip bereikte Odysseus het eiland Aeaea, waar de tovenares Circe woonde. Zij veranderde een verkenningsploeg van zijn mannen met een drankje in varkens. De god Hermes kwam Odysseus echter te hulp met het kruid moly, dat hem immuun maakte voor Circe’s betovering. Odysseus dwong de tovenares zijn mannen terug te veranderen in mensen. Circe ging akkoord, onder de voorwaarde dat Odysseus het bed met hem zou delen en hij minstens een jaar op het eiland zou blijven. Uit deze verbintenis werd een zoon geboren. Telegonus, wiens naam (“ver weg geboren”) tekenend is voor de omstandigheden van zijn geboorte, en die uiteindelijk een beslissende rol zou spelen in het laatste hoofdstuk van Odysseus zijn leven.

De onderwereld en de profetie van Teiresias
Op advies van Circe voer Odysseus vervolgens naar de rand van de wereld, waar hij afdaalde in de onderwereld om de blinde ziener Teiresias te raadplegen. Teiresias was de enige schim die zelfs in de dood nog helder een profetie kon uitbrengen. De ziener waarschuwde Odysseus uitdrukkelijk voor het eiland van de zonnegod Helios, waar heilig vee graasde dat onder geen beding gegeten mocht worden: wie dat toch deed, zou zijn schip en bemanning verliezen. Ook voorspelde de ziener dat de dood Odysseus ooit “vanaf de zee” zou bereiken, een cryptische uitspraak waarvan de betekenis pas jaren later duidelijk zou worden. In de onderwereld ontmoette Odysseus bovendien de schim van zijn eigen overleden moeder, van de vermoorde Agamemnon en van Achilles.
Sirenen, Skylla en Charybdis
Terug op open zee moest Odysseus zijn schip langs de Sirenen loodsen, wezens wier betoverende gezang zeelieden onweerstaanbaar naar hun ondergang lokte. Om aan hun verleiding te ontsnappen, liet hij zichzelf aan de mast vastbinden. Zijn bemanning stopte hun oren dicht met bijenwas, zodat alleen Odysseus het gezang kon horen. Dankzij deze list voer het schip veilig voorbij en werd hij de enige sterveling die de Sirenen hoorde en toch levend verder reisde.
Kort daarna moest de vloot een nauwe zeestraat doorkruisen tussen het zeemonster Scylla, met haar zes koppen, en de dodelijke draaikolk van het zeemonster Charybdis. Odysseus koos ervoor dicht langs Scylla te varen, wetend dat hij daarmee zes van zijn mannen zou verliezen, in plaats van het risico te lopen dat Charybdis het hele schip zou verzwelgen.

De runderen van Helios
Uiteindelijk strandde de uitgehongerde bemanning op het eiland van Helios. Ondanks Odysseus’ uitdrukkelijke waarschuwingen slachtten zijn wanhopige mannen tijdens zijn afwezigheid enkele van de heilige runderen. Helios eiste wraak bij Zeus, die met een bliksemschicht het schip vernietigde zodra het weer uitvoer. Op een man na, Odysseus zelf, kwam de hele bemanning om: precies zoals Teiresias jaren eerder al had voorspeld.
Kalypso
Alleen overlevend spoelde Odysseus aan op het eiland Ogygia, waar de nimf Kalypso hem zeven jaar lang bij zich hield. Ze bood hem zelfs onsterfelijkheid als hij voorgoed bij haar zou blijven. Odysseus wees dit aanbod echter af: zijn verlangen naar zijn sterfelijke vrouw Penelope en zijn eigen, bescheiden koninkrijk woog zwaarder dan eeuwige jeugd aan de zijde van een godin. Pas toen Athena bij Zeus aandrong, stuurde deze Hermes om Kalypso te bevelen Odysseus te laten gaan.
De Faiaken
Op een zelfgebouwd vlot voer Odysseus verder, tot Poseidon, die zijn kans schoon zag, opnieuw een storm opwierp die het vlot aan diggelen sloeg. Uitgeput spoelde hij aan op het strand van Scheria, het land van de Faiaken. Hier vond de jonge prinses Nausikaä hem en bracht hem naar het paleis van haar vader, koning Alkinoös. Tijdens een feestmaal, waarbij de blinde zanger Demodokos zong over de val van Troje en de list van het houten paard, barstte Odysseus, tot dan toe anoniem gebleven, in tranen uit. Zo gedwongen zijn ware identiteit prijs te geven, vertelde hij zijn gastheren het volledige verhaal van zijn omzwervingen. Onder de indruk van zijn verhaal brachten de Faiaken hem veilig naar de kust van Ithaka.
Terugkeer naar Ithaka en de wraak op de vrijers
Vermomd als bedelaar
Odysseus’ thuiskomst was allerminst een triomfantelijke intocht. Twintig jaar afwezigheid had zijn paleis in een chaos doen belanden: meer dan honderd opdringerige vrijers, ervan overtuigd dat Odysseus allang dood was, hadden zich in zijn huis genesteld. Ze verslonden zijn veestapel en drongen er bij Penelope op aan eindelijk een nieuwe echtgenoot te kiezen. Athena, die Odysseus door de hele Odyssee met bijzondere genegenheid bijstaat, vermomde hem als een haveloze bedelaar zodat hij ongezien poolshoogte kon nemen. In deze gedaante werd hij eerst opgevangen door zijn trouwe zwijnenhoeder Eumaios, waar hij ook zijn intussen volwassen geworden zoon Telemachos, net teruggekeerd van een eigen zoektocht naar nieuws over zijn vader, in het geheim herkende. Samen smeedden vader en zoon een plan om de vrijers uit de weg te ruimen.
In het paleis aangekomen, nog altijd als bedelaar, moest Odysseus vernederingen en klappen van de arrogante vrijers verduren zonder zich te verraden. Een van de meest ontroerende momenten van de hele Odyssee volgt kort daarna: zijn oude jachthond Argos, uitgemergeld en verwaarloosd, herkent zijn baas na twintig jaar aan zijn geur en sterft vervolgens, alsof hij alleen op dit moment had gewacht. Even later herkent ook zijn oude voedvrouw Eurykleia, terwijl ze zijn voeten wast, het litteken op zijn dijbeen, het litteken van het everzwijn op de Parnassos uit zijn jeugd. Odysseus dwingt haar tot stilzwijgen om hem niet te verraden.

De wedstrijd met de boog en de moord op de vrijers
Zijn vrouw Penelope had ondertussen de afgelopen twintig jaar vrijers van zich af weten te houden. In eer van haar man, uiteraard met een list: ze zei dat ze zou hertrouwen wanneer ze klaar was met het weven van een lijkkleed voor haar schoonvader. Overdag weefde ze erop los, terwijl ze haar progressie diezelfde nacht weer losmaakte. Uiteindelijk kon ze er niet meer omheen en schreef ze een wedstrijd uit. Degene die Odysseus zijn eigen, zware boog kon spannen en een pijl door twaalf op een rij geplaatste bijl ogen kon schieten, zou met haar mogen trouwen. Geen van de vrijers slaagde erin de boog zelfs maar te buigen. Odysseus, nog altijd vermomd als bedelaar, vroeg zelf een kans, tot hoongelach van de aanwezige vrijers, maar spande de boog moeiteloos en schoot de pijl feilloos door alle twaalf de ringen.
Op dat moment wierp hij zijn vermomming af en richtte zijn boog op de verbijsterde vrijers. Met de hulp van Telemachos, Eumaios en de trouwe ossenhoeder Philoitios doodde hij hen stuk voor stuk, een bloedbad dat het tweeëntwintigste boek van de Odyssee vult. Ook de slavinnen die zich tijdens zijn afwezigheid met de vrijers hadden ingelaten, liet Odysseus vervolgens ophangen.
Hereniging met Penelope en Laërtes
Zelfs na deze slachting bleef Penelope, wantrouwig na twintig jaar vol valse hoop, terughoudend om de vreemdeling voluit als haar man te erkennen. Ze stelde hem, zonder dit expliciet te zeggen, op de proef door haar dienares te bevelen het bed uit hun slaapkamer naar buiten te verplaatsen. Odysseus, oprecht verontwaardigd, antwoordde dat dit onmogelijk was: hij had het bed ooit zelf gebouwd rond de stam van een nog levende olijfboom, zodat het onmogelijk te verplaatsen was zonder de boom om te hakken. Alleen de echte Odysseus kon dit geheim kennen, en dit detail overtuigde Penelope eindelijk. Het weerzien wordt in de Odyssee als een van de emotioneel meest geladen momenten van het hele epos beschreven. Kort daarna reisde Odysseus ook naar het platteland om zijn oude, verweduwde vader Laërtes te bezoeken, die inmiddels als eenvoudige boer leefde, en ook hem overtuigde hij pas met het litteken en met herinneringen aan de fruitbomen die Laërtes hem ooit als kind had gegeven.
Relaties, geliefden en kinderen
Odysseus’ belangrijkste relatie in de mythologie is ongetwijfeld zijn huwelijk met Penelope, dochter van Ikarios, dat in de Odyssee wordt neergezet als toonbeeld van wederzijdse trouw. Net zoals Odysseus zich staande houdt dankzij list, weet Penelope de vrijers twintig jaar lang op haar eigen sluwe manier op afstand te houden. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Telemachos, die in de Odyssee uitgroeit van een onzekere jongeman tot een handelingsbekwame bondgenoot van zijn vader.
Tijdens zijn omzwervingen kreeg Odysseus echter ook buitenechtelijke kinderen. Bij de tovenares Circe verwekte hij Telegonus, en volgens Hesiodus’ Theogonie bovendien nog twee andere zonen, Agrios en Latinos, die als heersers over de Tyrrheense volkeren worden beschreven. Ook bij de nimf Kalypso zouden, volgens sommige overleveringen, zonen zijn geboren, Nausithoös en Nausinoös, al blijft over hen verder weinig bekend. Latere bronnen voegen nog een derde vrouw toe: in de Telegonie, het slotepos van de zogeheten Trojaanse cyclus, hertrouwt Odysseus na zijn terugkeer op Ithaka nog met Kallidike, koningin van de Thesproten, bij wie hij een zoon kreeg, Polypoites.
Latere lotgevallen en dood: de Telegonie
Homeros’ Odyssee eindigt met de herstelde vrede op Ithaka, maar de antieke overlevering liet het daar niet bij. Het verloren gegane epos Telegonie, toegeschreven aan Eugammon van Cyrene en oorspronkelijk het sluitstuk van de hele Trojaanse verhalencyclus, vertelde wat er daarna gebeurde. Het is bepaald geen rustige oude dag. Volgens de samenvatting die de latere geleerde Proklos van dit werk naliet, offerde Odysseus de lichamen van de vrijers eerst aan de nimfen en reisde hij vervolgens naar Elis en naar het land van de Thesproten. Daar zou hij trouwen met koningin Kallidike en een zoon krijgen, Polypoites.
Ondertussen was op het eiland Aeaea Telegonus, de zoon die Odysseus jaren eerder bij Circe had verwekt, opgegroeid tot een jongeman. Op aanraden van Athena onthulde Circe hem eindelijk wie zijn vader was, en gaf ze hem voor zijn zoektocht een bijzondere speer mee, gesmeed door de god Hephaistos. De speer had een giftige punt gemaakt van de stekel van een pijlstaartrog. Een storm dreef Telegonus, zonder dat hij het besefte, naar Ithaka, dat hij aanzag voor een willekeurig ander eiland. Uitgehongerd begon hij er vee te roven, ditmaal toevallig dat van zijn eigen, inmiddels teruggekeerde vader. Odysseus snelde toe om zijn bezit te verdedigen, en in het daaropvolgende gevecht doorboorde Telegonus, zonder ook maar te vermoeden wie zijn tegenstander was, zijn eigen vader met de giftige speer.
Zo kwam Teiresias’ oude profetie alsnog uit: de dood bereikte Odysseus werkelijk “vanaf de zee”. Via het gif van een zeedier, en wel van de hand van zijn eigen zoon. Toen vader en zoon elkaar te laat herkenden, bracht een diep bedroefde Telegonus het lichaam van Odysseus samen met Penelope en Telemachos terug naar Aeaea, waar Circe volgens de overlevering het hele gezelschap onsterfelijk maakte. In een merkwaardige afsluiting van het verhaal trouwde Telegonus vervolgens met Penelope, terwijl Telemachos in het huwelijk trad met Circe zelf. Latere Romeinse auteurs als Hyginus grepen deze episode bovendien aan om Telegonus te verbinden met de stichting van de Italiaanse steden Tusculum en Praeneste, en zo een mythologische band te smeden tussen Odysseus en de vroegste geschiedenis van Italië.
Verering en nalatenschap in de oudheid
In tegenstelling tot goden als Asklepios of Herakles kreeg Odysseus nooit een verering die zich over honderden heiligdommen door de hele Griekse wereld verspreidde. Op zijn eigen Ithaka bleef zijn nagedachtenis wel degelijk springlevend. Inscripties en archeologische vondsten wijzen op een lokale heldencultus met een eigen heiligdom en eigen spelen die ter ere van de teruggekeerde koning werden gehouden. Recent archeologisch onderzoek op noordelijk Ithaka bracht zelfs votiefgeschenken en inscripties met zijn naam aan het licht, een aanwijzing dat de plaatselijke bevolking hem eeuwenlang als een soort beschermheer van hun eiland bleef eren.
Buiten Griekenland kreeg Odysseus, onder zijn Latijnse naam Ulixes, een heel ander imago. Waar de Grieken zijn vindingrijkheid bewonderden, beschouwden de Romeinen, die zichzelf zagen als afstammelingen van de gevluchte Trojaanse prins Aeneas, hem vooral als een gewetenloze bedrieger. Vergilius noemt hem in zijn Aeneis herhaaldelijk dirus Ulixes, “de wrede Odysseus”, of pellax, “de sluwe leugenaar”, en laat hem verantwoordelijk zijn voor enkele van de donkerste momenten uit de val van Troje.
Bronnen uit de oudheid
Het beeld dat wij van Odysseus hebben, steunt in de eerste plaats op de twee grote epen van Homerus. In de Ilias verschijnt hij veelvuldig als een wijze en welbespraakte held. De volledige Odyssee, met haar vierentwintig boeken, is gewijd is aan zijn beproevingen op weg naar huis en aan de bloedige afrekening met de vrijers. Voor de gebeurtenissen voor en na de kern van deze twee epen, zoals zijn geveinsde waanzin, de werving van Achilles, het paard van Troje in detail, en zijn latere dood, zijn we grotendeels aangewezen op latere bronnen: Pseudo-Apollodorus vat in zijn Bibliotheca en Epitome de bredere Trojaanse verhalencyclus samen, terwijl de Romeinse Hyginus in zijn Fabulae tal van details bewaart die nergens anders zo uitvoerig worden verteld. Ovidius werkt in zijn Metamorfosen onder meer de twist om de wapenrusting van Achilles uit, en Vergilius beschrijft in zijn Aeneis, vanuit een uitgesproken Trojaans standpunt, de val van Troje en Odysseus’ rol daarin. Pausanias tot slot levert in zijn Beschrijving van Griekenland waardevolle informatie over de lokale herinnering aan en verering van de held in verschillende Griekse regio’s. Van het verloren gegane epos Cypria, dat de aanloop naar de Trojaanse oorlog behandelde, en van de eveneens verloren Telegonie, die het verhaal na de Odyssee voortzette, resten slechts fragmenten en een samenvatting van de latere geleerde Proklos, maar beide werken bevatten nieuwe informatie voor een volledig beeld van Odysseus’ levensloop.
Bronnen
- Homeros, Ilias (o.a. boek 2, 3, 4, 9, 10, 11) – Odysseus als raadsman en krijger tijdens de Trojaanse oorlog, waaronder de Doloneia.
- Homeros, Odyssee (boeken 1–24) – de volledige terugreis van Odysseus, zijn thuiskomst en de wraak op de vrijers.
- Cypria (fragmenten, samengevat door Proklos) – de aanloop naar de Trojaanse oorlog, waaronder de geveinsde waanzin van Odysseus.
- Telegonie (fragmenten, samengevat door Proklos) – Odysseus’ latere lotgevallen en zijn dood door toedoen van Telegonus.
- Hesiodus, Theogonie – over de zonen van Odysseus en Circe.
- Pseudo-Apollodorus, Bibliotheca en Epitome – systematisch overzicht van de mythologische traditie rond Odysseus, van zijn jeugd tot zijn dood.
- Pseudo-Hyginus, Fabulae (o.a. 95, 105, 127, 201) – over de geveinsde waanzin, de wraak op Palamedes en de dood van Odysseus.
- Ovidius, Metamorfosen (boek 13) – over de twist om de wapenrusting van Achilles tussen Odysseus en Aias.
- Vergilius, Aeneis (o.a. boek 2) – de Romeinse, kritische kijk op Odysseus (Ulixes) en de val van Troje.
- Pausanias, Beschrijving van Griekenland (o.a. 8.14, 10.31) – over lokale herinneringen aan Odysseus en over Palamedes.
- Sophokles, Aias en Philoktetes – over de twist om Achilles’ wapenrusting en de terughaling van Philoktetes.
