Orpheus is de beroemdste zanger en musicus uit de Griekse mythologie. Hij was geen krijgshaftige held. Zijn wapen was zijn stem, en zijn lier. Hij kon met zijn muziek wilde dieren temmen, bomen doen buigen en zelfs rivieren doen stilstaan. Zijn moeder was de Muze Kalliope. Zijn vader was, afhankelijk van de bron, de Thracische koning Oiagros of de god Apollo zelf. Orpheus komt uit Thracië, een ruig gebied ten noorden van Griekenland. Hij trouwde met de nimf Eurydice, wier vroege dood hem naar de onderwereld dreef. Zijn poging om haar terug te halen, mislukte op het laatste moment. Dat verhaal bracht een van de meest tragische verhalen uit de hele Griekse mythologie voort. Zijn vaste attribuut is de lier, een cadeau van Apollo. Hij gold als een der Argonauten en had zelfs zijn eigen religie: het orfisme. Een aparte Romeinse tegenhanger heeft Orpheus niet. De Romeinen namen hem, net als zoveel Griekse figuren, gewoon over onder dezelfde naam.

Biografie
Naam en afkomst
Over de vader van Orpheus bestaat in de oudheid al onenigheid. De meeste bronnen noemen Oiagros, een Thracische koning of riviergod. Andere auteurs, onder wie Pseudo-Apollodorus, noemen Apollo zelf als vader. Zijn moeder staat wel vast: de Muze Kalliope, muze van de helden dichtkunst. Kalliope was een dochter van Zeus en Mnemosyne, de titaan van het geheugen. Hij had via haar dus goddelijk bloed in zijn aderen, ook al gold hij zelf niet als onsterfelijk. Volgens Pseudo-Apollodorus’ Bibliotheca had Orpheus een broer, Linus. Deze Linus werd eveneens een beroemd musicus. Later werd hij, in een wrede wending, gedood door zijn eigen leerling Herakles.
Orpheus groeide op in Pieria, aan de voet van de berg Olympos. Dit gebied gold in de Griekse mythologie als het thuisland van de Muzen. Zijn afkomst als zoon van een Muze paste dus naadloos bij zijn geboortestreek.
Jeugd
Apollo schonk de jonge Orpheus een lier. Van zijn moeder Kalliope leerde hij de kunst van het zingen. Deze combinatie maakte hem tot een ongeëvenaarde musicus. Volgens vrijwel alle antieke bronnen overtrof zijn muziek al snel dat van zijn goddelijke leermeester. Zijn muziek bezat een letterlijk bovennatuurlijke kracht. Wilde dieren volgden hem gedwee door de bossen. Bomen bogen hun takken in zijn richting. Zelfs rivieren zouden hun loop hebben vertraagd om naar hem te luisteren.
Orpheus en de Argonauten
Toen Jason een bemanning zocht voor zijn tocht naar het Gulden Vlies, ging Orpheus mee. Op het eerste gezicht een vreemde keuze: Orpheus was geen vechter. Zijn waarde bleek echter al snel onmisbaar. Met het ritme van zijn lier hield hij de roeiers van de Argo synchroon. Zo voer het schip aanzienlijk sneller. Toen de bemanning onderweg een gevaarlijke storm trotseerde, zou zijn spel de golven bovendien tot bedaren hebben gebracht.
Het beroemdste moment van Orpheus tijdens deze tocht speelde zich af bij het eiland van de Sirenen. Deze wezens, half vrouw en half vogel, lokten zeelieden met hun onweerstaanbare gezang naar de verdrinkingsdood. Waar Odysseus zich later aan de mast liet vastbinden om hun lied te overleven, koos Orpheus een andere aanpak. Hij pakte zijn lier en speelde een melodie die nog mooier klinkt dan het gezang van de Sirenen zelf. Zijn muziek overstemde hen volledig, en de Argonauten voeren ongedeerd voorbij.

Orpheus en Eurydice mythe
Na zijn terugkeer uit de Argonautentocht trouwde Orpheus met de nimf Eurydice. Het huwelijk begon al met een ongunstig voorteken. Ovidius vertelt in zijn Metamorfosen hoe Hymenaeus, de god van het huwelijk, naar de plechtigheid kwam. Vreugde bracht hij echter niet mee. Zijn fakkel wilde niet goed branden en produceerde alleen bijtende rook. Kort daarna, terwijl Eurydice met een groep nimfen door de weilanden dwaalde, werd ze in haar hiel gebeten door een slang. Ze stierf vrijwel onmiddellijk.
Latere Romeinse auteurs, onder wie Vergilius in zijn Georgica, voegden aan dit verhaal nog een aanleiding toe. Eurydice zou op de vlucht zijn geweest voor de bijenhouder Aristaeus, die haar probeerde aan te randen. Tijdens haar vlucht trapte ze op de dodelijke slang.

De afdaling in de onderwereld
Orpheus kon de dood van zijn vrouw niet aanvaarden. Hij besloot iets te doen wat voor hem nog niemand had gewaagd: levend afdalen naar het rijk van de doden. Via de ingang bij Tainaron, op het zuidelijkste puntje van de Peloponnesos, betrad hij de onderwereld. Onderweg wist hij, alleen met zijn lier, de veerman Charon te bewegen hem over te zetten. Ook de driekoppige hellehond Kerberos, en zelfs de wraakgodinnen, de Furiën, raakten door zijn spel ontroerd tot tranen.
Voor de tronen van Hades en Persephone zong hij zijn smeekbede. Zowel Ovidius als Vergilius beschrijven dit moment als het hoogtepunt van zijn kunnen. Zijn lied ontroerde zelfs de heersers van het dodenrijk, die normaal ongevoelig blijven voor menselijk verdriet. Hades stemde toe: Eurydice mocht met Orpheus terugkeren naar de bovenwereld. Er gold echter een harde voorwaarde. Hij moest voor haar uit lopen, en hij mocht pas omkijken zodra ze beiden het daglicht hadden bereikt.
Het paar begon de lange klim naar boven. Vlak voordat ze het einde van de tocht bereikten, kon Orpheus zijn twijfel niet langer bedwingen. Was Eurydice hem eigenlijk nog wel aan het volgen? Hij keek om. Op dat moment gleed Eurydice, nog net binnen het bereik van de onderwereld, voorgoed terug in de duisternis. Alle smeekbeden baatten niet meer: Charon weigerde hem een tweede keer over te zetten. Orpheus moest, ontroostbaar, alleen terugkeren naar de wereld van de levenden.

Een kritischere lezing: het oordeel van Plato
Niet alle antieke bronnen vertellen dit verhaal met evenveel sympathie voor de held. In Plato’s Symposium, geschreven in de vierde eeuw voor Christus, geeft de spreker Phaedrus een kritischere lezing. Volgens hem was Orpheus eigenlijk een lafaard. Hij vergelijkt hem met Alkestis. Zij was wel degelijk bereid zelf te sterven voor haar man Admetos. Daarvoor beloonden de goden haar met een terugkeer naar het leven. Orpheus daarentegen probeerde de dood te slim af te zijn zonder zelf enig offer te brengen. Volgens Phaedrus kreeg hij daarom, in deze versie, niet eens de echte Eurydice te zien, maar slechts een schaduwbeeld van haar. De goden zouden zijn latere gewelddadige dood bovendien als straf voor die lafheid hebben bedoeld, niet als toevallig noodlot. Deze lezing van Plato wijkt sterk af van de latere, meer romantische versies van Ovidius en Vergilius, die het verhaal uitbeelden als een verhaal van liefde en tragedie.
De dood van Orpheus
Na het definitieve verlies van Eurydice trok Orpheus zich terug uit de liefde voor vrouwen. Ovidius vertelt dat hij zich vanaf dat moment tot jonge mannen wendde. Daarmee gold hij, in de latere Griekse overlevering, als de eerste die de liefde tussen mannen onder de Thraciërs introduceerde. Zijn afwijzing van vrouwen bracht hem uiteindelijk in conflict met de Thracische vrouwen zelf.
Op een dag troffen deze vrouwen, aanhangsters van de wijngod Dionysos, Orpheus aan terwijl hij in de velden zijn lier bespeelde. Aanvankelijk raakten ook zij betoverd door zijn muziek. Toen ze echter beseften wie voor hen stond, de man die hen stelselmatig had afgewezen, sloeg hun bewondering om in razernij. In een uitzinnige bui verscheurden de Maenaden, zoals deze vrouwelijke Dionysos-volgelingen worden genoemd, Orpheus met hun blote handen. Over de precieze aanleiding lopen de bronnen uiteen. Ovidius legt de nadruk op zijn afwijzing van vrouwen. Het verloren treurspel Bassarids van Aischylos gaf een andere verklaring. Orpheus zou juist Apollo boven Dionysos hebben verkozen, wat de wraak van de wijngod zelf opwekte.

De vrouwen wierpen Orpheus’ hoofd en lier in de rivier de Hebros. Volgens Ovidius bleef het hoofd zelfs op het water nog zachtjes zingen. Stroomafwaarts spoelden hoofd en lier uiteindelijk aan op het eiland Lesbos. Kalliope, zijn moeder, zou de overblijfselen daar hebben geborgen en een eigen rustplaats hebben gegeven.
Relaties, geliefden en kinderen
Orpheus’ enige bekende huwelijk was dat met Eurydice, een nimf, wier vroege dood zijn hele verdere levensverhaal bepaalde. Uit dit huwelijk is in de meeste bronnen geen kind bekend. Sommige latere auteurs noemen wel een zoon, Mousaios, eveneens een legendarische dichter en profeet, die in verband werd gebracht met de Eleusische Mysteriën. Na Eurydice’s definitieve verlies wendde Orpheus zich, aldus Ovidius, tot de liefde voor jonge mannen. Concrete namen van latere geliefden noemen de antieke bronnen echter niet.
Rol tijdens belangrijke gebeurtenissen uit de Griekse mythologie
Grondlegger van het orfisme
Orpheus’ belangrijkste blijvende rol reikt verder dan zijn eigen levensverhaal. Al bij Pseudo-Apollodorus staat vermeld dat Orpheus de mysteriën van Dionysos zou hebben ingesteld. Latere auteurs, onder wie Diodorus Siculus in zijn Bibliotheca Historica, breidden deze rol nog verder uit. Aan Orpheus werd een hele reeks religieuze leerstellingen toegeschreven over de ziel, het hiernamaals en de zuivering van de mens. Deze stroming kreeg de naam orfisme, letterlijk vernoemd naar hem. Ook de schrijver Aristophanes verwijst in zijn komedie De Kikkers naar Orpheus als de man die de mensheid de heilige mysteriën onthult. Historisch gezien is Orpheus vermoedelijk nooit een echt bestaand persoon geweest. Toch fungeerde hij in de Griekse religieuze verbeelding eeuwenlang als het gezicht achter allerlei geschriften en rituelen rond dood en wedergeboorte.
Het orakel van Lesbos en de nalatenschap in de oudheid
Volgens een latere traditie, opgetekend door de laat-antieke auteur Philostratus, hield het verhaal niet op bij Orpheus zijn dood. Zijn hoofd, aangespoeld op Lesbos, zou zijn gaan profeteren, en groeide uit tot een eigen orakel. Reizigers uit heel Griekenland zochten er raad, tot het orakel van Delphi, gewijd aan Apollo, er kennelijk klanten door verloor. Apollo zelf zou, aldus deze overlevering, uiteindelijk zijn geduld hebben verloren en het orakel van Orpheus voorgoed tot zwijgen hebben gebracht.
Ook zijn lier kreeg een blijvende plek. Volgens de Romeinse mythograaf Hyginus plaatsten de Muzen, of Zeus zelf, het instrument na Orpheus zijn dood onder de sterren. Als het sterrenbeeld Lyra bleef zijn muziek zo letterlijk zichtbaar aan de hemel. De mythe van Orpheus en Eurydice bleef in de hele oudheid een van de populairste onderwerpen in kunst en literatuur. Van Griekse vaasschilderingen, Romeinse kunst tot latere schilders vanaf de 15de eeuw blijft de tragedie van Orpheus een inspirerend stuk voor verschillende kunst die hedendaags nog altijd te zien is.
Bronnen uit de oudheid
Het verhaal van Orpheus is over een groot aantal antieke bronnen verspreid, die elkaar op punten aanvullen en tegenspreken. Apollonios van Rhodos beschrijft in zijn Argonautica zijn rol tijdens de tocht van de Argo, inclusief de befaamde confrontatie met de Sirenen. Pseudo-Apollodorus vat in zijn Bibliotheca het hele levensverhaal beknopt samen, van zijn afkomst tot zijn dood. De meest uitgewerkte versie van de afdaling in de onderwereld staat bij Ovidius, in het tiende en elfde boek van zijn Metamorfosen. Ook Vergilius werkt dit uit, in het vierde boek van zijn Georgica. Plato biedt in zijn Symposium een opvallend kritische tegenlezing van hetzelfde verhaal. Diodorus Siculus plaatst Orpheus in een bredere religieuze context als grondlegger van de mysteriën van Dionysos. Pseudo-Hyginus tot slot bewaart in zijn Astronomica het verhaal van de plaatsing van zijn lier onder de sterren.
Bronnen
- Apollonios van Rhodos, Argonautica (o.a. boek 1, 4) – over de rol van Orpheus tijdens de tocht van de Argonauten en zijn overwinning op de Sirenen.
- Pseudo-Apollodorus, Bibliotheca (1.3.2) – de kern versie van Orpheus’ afkomst, zijn afdaling in de onderwereld en zijn dood.
- Ovidius, Metamorfosen (boek 10 en 11) – de meest uitgewerkte versie van het huwelijk met Eurydice, de afdaling in de onderwereld en de dood van Orpheus.
- Vergilius, Georgica (boek 4, 315–558) – een Romeinse versie van de Eurydice-mythe, met de bijenhouder Aristaeus als aanleiding voor haar dood.
- Plato, Symposium – een kritische tegenlezing waarin Orpheus als lafaard wordt afgeschilderd.
- Diodorus Siculus, Bibliotheca Historica (o.a. 4.25) – over Orpheus als grondlegger van religieuze mysteriën.
- Aischylos, Bassarides (verloren treurspel, fragmenten) – een vroege verklaring voor de dood van Orpheus door toedoen van Dionysos.
- Pseudo-Hyginus, Astronomica (2.7) – over de plaatsing van Orpheus’ lier onder de sterren als het sterrenbeeld Lyra.
- Pausanias, Beschrijving van Griekenland (o.a. 9.30) – over lokale tradities rond Orpheus in Griekenland.
- Aristophanes, De Kikkers (regel 1032) – over Orpheus als open baarder van de heilige mysteriën.
- Philostratos, Heroicus en Leven van Apollonios van Tyana (4.14) – over het latere orakel van Orpheus’ hoofd op Lesbos.
